|
laatste nieuws
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
29-01-10: Lichte daling zorgtoeslag
29-01-10: NZa: collectief onderhandelen zorgverzekeraars afschaffen
28-01-10: Q-koorts: Kinderboerderijen apart aflammeren, bokken gedood
28-01-10: Generieke korting medisch specialisten niet onrechtmatig
27-01-10: ZN: Fouten bij samenwerking moeten worden voorkomen
26-01-10: Vitamine D beschermt tegen darmkanker
25-01-10: ZN gematigd positief over besluit prestatiebekostiging
25-01-10: Pil verdwijnt weer uit basispakket
21-01-10: NZa: geen steun Vitras/CMD
19-01-10: Kant: Bezuiniging op zorgtoeslag is asociaal
18-01-10: Veel mensen in de knel door wegvallen AWBZ-zorg
15-01-10: Bussemaker: kleine zorginstellingen presteren beter dan grote
15-01-10: Verkeerde cellijnen gebruikt bij onderzoek slokdarmkanker
13-01-10: ADHD-hersenen werken niet goed samen
12-01-10: NZa stelt nieuwe prestaties farmaceutische zorg vast
11-01-10: Medicijn voorkomt hartschade muizen
08-01-10: Extra geld en meer samenwerking bij bevallingen
07-01-10: Nota’s huisartsen door zorgverzekeraars volgens afspraak betaald
06-01-10: Rookverbod horeca volop genegeerd
05-01-10: Zorg onvoorbereid op tekort personeel
04-01-10: KNMP bepleit grotere rol voor de patiënt
04-01-10: Apothekers woedend op verzekeraar
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
februari 2009
januari 2009
|
13-01-2010 - ADHD-hersenen werken niet goed samen
Twee hersengebieden die niet goed met elkaar communiceren veroorzaken mogelijk de symptomen van ADHD. Dat blijkt uit onderzoek van Rubiconwinnaar Ali Mazaheri.
Zijn conclusies bevestigen het beeld dat ADHD niet het gevolg is van een fout in de hersengebieden zelf, maar van gebrekkige interactie tussen gebieden. De resultaten van het onderzoek werden 9 januari gepubliceerd in het tijdschrift Biological Psychiatry.
Met behulp van een simpele proef onderzochten Mazaheri en zijn collega's bij kinderen met ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) of de occipitale hersenkwab, verantwoordelijk voor visuele waarneming, wel goed communiceert met de frontale kwab. Die laatste kwab zorgt onder andere voor het sturen van aandacht, de controle van impulsen en sociaal gedrag.
Tijdens het experiment kregen de kinderen eerst een waarschuwing voor wat komen ging: ze konden een poppetje te zien krijgen of ze hoorden een toon. Als ze een V zagen, was de kans op een visuele stimulus, het poppetje, het grootst – als ze een omgekeerde V zagen (een A zonder streepje) was de kans het grootst dat ze een geluid te horen kregen. Meteen daarna kwam het plaatje of het geluid. In het eerste geval moesten de kinderen aangeven of ze een rood of blauw poppetje zagen, en in het tweede geval of ze een lage of hoge toon hoorden. Zowel de kinderen mét als de kinderen zonder ADHD konden dankzij de waarschuwing sneller aangeven wat ze hoorden of zagen. Maar de kinderen met ADHD waren wel in alle gevallen langzamer.
Om te onderzoeken waarom de kinderen met ADHD slechter reageerden, analyseerde Mazaheri de EEG-activiteit in verschillende gebieden van de hersenen. Eerst keek hij of er een verandering was in de activiteit van alfagolven achterin de hersenen, waar de hersenkwab voor visuele waarneming zit. Bij 'gewone' kinderen ging de hersenactiviteit in dat gebied omlaag na de waarschuwing dat ze iets te zien zouden krijgen. Die verminderde activiteit bleek direct samen te hangen met een snelle reactie. Bij kinderen met ADHD veranderde de activiteit echter niet.
Om te kijken hoe de visuele waarschuwing samenhangt met de uiteindelijke reactie - aangeven of er een rood of blauw poppetje verschijnt of een lage of hoge toon - keek Mazaheri vervolgens naar de hersenactiviteit voorin de hersenen, waar de frontale kwab zit. Eerder onderzoek van Mazaheri dat hij ook uitvoerde met zijn Rubicon, liet namelijk al zien dat een dalende activiteit achterin samenhangt met een stijgende activiteit voorin.
Bij de gewone kinderen in de test bleek de activiteit in de twee gebieden gekoppeld zoals verwacht: als in het ene gebied de activiteit daalde, dan steeg ze in een ander gebied. Dit wijst erop dat het gebied waarin aandacht wordt gestuurd (voorin) en het gebied voor waarneming (achterin) met elkaar communiceren. Maar bij de kinderen met ADHD was dit niet het geval. De mate van activiteit in de twee gebieden was bij hen niet gekoppeld.
Uit de EEG-resultaten van Mazaheri blijkt dat de activiteit in het aandachtsturende gebied het visuele centrum beďnvloedt en zo het brein voorbereidt om de komende stimulus – het rode of blauwe poppetje – goed te kunnen verwerken. Normale kinderen zien dus de waarschuwing, die informatie wordt doorgespeeld naar het aandachtscentrum en dat aandachtscentrum stelt vervolgens weer het visuele centrum op scherp om zo snel te kunnen reageren op het verschijnen van het poppetje. Deze voorbereiding werkt niet optimaal bij kinderen met ADHD, waardoor ze dus veel langzamer reageren. Deze resultaten brengen het begrijpen van het ziektebeeld van ADHD weer een stap dichterbij.
Ali Mazaheri kon zijn onderzoek uitvoeren dankzij subsidie uit het programma Rubicon van NWO. Met Rubicon biedt NWO recent gepromoveerde wetenschappers de mogelijkheid ervaring op te doen aan een buitenlands topinstituut. Mazaheri ontving zijn Rubicon in 2007 en deed daarmee twee jaar lang onderzoek aan de University of California.
Bron: NWO
Zorgplanet, transparantie in de zorg.
|