|
11-06-2009 - Zelfregulering in zorg mislukt
Zorgsectoren zijn onvoldoende in staat gebleken om op eigen kracht normen te ontwikkelen voor de kwaliteit van zorg. Volgens de wet zijn de zorgaanbieders zelf verantwoordelijk om te bepalen wat goede en verantwoorde zorg is en hoe deze systematisch bewaakt en verbeterd kan worden. Na dertien jaar voldoen de zorgsectoren niet aan deze wettelijke eis. Gezien deze situatie kan de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) niet volstaan met beperkt toezicht. De nadruk die de minister van Volksgezondheid in de afgelopen zeven jaar legt op meer transparantie kan de noodzaak van voldoende kwaliteitswaarborgen niet vervangen. Het valt te betwijfelen of elke burger over twee jaar via de website www.kiesbeter.nl een betrouwbaar inzicht krijgt in het aanbod en de kwaliteit van de hele zorg.
Dit stelt de Algemene Rekenkamer in het onderzoeksrapport Implementatie Kwaliteitswet zorginstellingen dat op 10 juni 2009 is gepubliceerd. De wet uit 1996 gaat uit van zelfregulering. Maar dit heeft niet bij alle zorgaanbieders - in samenspraak met cliëntenorganisaties en verzekeraars - geleid tot meer kwaliteit van de zorg. Het ontbreekt in de zorg nog aan goed functionerende kwaliteitssystemen. Er bestaan nog geen kwaliteitskaders voor 'verantwoorde zorg'. Weliswaar zijn negen van de tien Nederlanders tevreden over de zorg, maar in de internationale vergelijking is de Nederlandse zorg niet meer dan gemiddeld. Relatief veel mensen sterven in Nederland binnen dertig dagen na een ziekenhuisopname, de zuigelingensterfte is relatief hoog, de overlevingskans van kankerpatiënten is relatief laag. Voldoende personeel blijft een probleem en medewerkers in de langdurige zorg voor ouderen en gehandicapten vinden zelf dat de kwaliteit van de zorg tekortschiet.
Per zorgsector vindt er veel overleg plaats tussen zorgaanbieders, cliënten, verzekeraars en inspectie, en wordt gezocht naar consensus over kwaliteitsnormen. Deze consensus mag niet ten koste gaan van de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke partijen. Van de sectoren zijn de thuiszorg, verpleging/verzorging en de gehandicaptenzorg het verst gevorderd met afspraken over kwaliteit. Sinds de inspectie recent de regie voert is een ontwikkeling in de goede richting zichtbaar. De minister voor Volksgezondheid benadrukt het belang van transparantie van de zorg, maar voert sinds 2006 geen gericht beleid meer op het ontwikkelen van kwaliteitssystemen. De minister moet inzicht hebben in de naleving van de wet, maar de minister noch de inspectie weet hoe het per instelling met de kwaliteitsborging van de zorg staat. Het zal naar verwachting nog enkele jaren duren voordat de voorwaarden vervuld zijn dat het toezicht voor een belangrijk deel aan de sector zelf kan worden overgelaten en de inspectie haar toezicht mede hierop kan baseren. Extra capaciteit bij de inspectie is nodig om een beeld te krijgen van de kwaliteitsborging per instelling. De raden van bestuur en raden van toezicht van de instellingen hebben vooralsnog weinig aandacht voor de kwaliteit van de zorg.
De inspectie werkt nu met gefaseerd toezicht, waarbij in de eerste fase een risicoanalyse van zorgaanbieders wordt gemaakt. Die is niet op orde. Omdat bovendien niet alle instellingen bij de inspectie bekend zijn, is niet zeker of alle risicovolle instellingen in beeld komen. De minister moet zich een beeld vormen hoeveel inspecteurs er nodig zijn, ook omdat relatief veel instellingen niet door de IGZ bezocht worden.
Bron: Algemene rekenkamer
Zorgverzekeringen vergelijken - ga naar Zorgplanet
|